Warmtepomp en sneeuw: dit moet je weten

Een warmtepomp werkt gewoon door bij sneeuw. Zelfs bij een flink pak sneeuw en vriestemperaturen blijft een lucht-water warmtepomp in de meeste gevallen normaal functioneren. Toch zijn er een paar praktische aandachtspunten die het verschil maken tussen goed en minder goed presteren in de winter.

Hoe een warmtepomp omgaat met sneeuw

Een lucht-water warmtepomp onttrekt warmte aan de buitenlucht. Ook als het vriest, zit er nog bruikbare energie in de lucht. De meeste lucht-water warmtepompen werken tot buitentemperaturen van rond de -15 tot -20 graden Celsius, afhankelijk van het model. Bij gewone Nederlandse winters met sneeuw en lichte vorst is dat geen enkel probleem.

Sneeuw die op de buitenunit valt, is op zichzelf niet gevaarlijk. De warmtepomp heeft luchtcirculatie nodig via de ventilator en het luchtrooster. Zolang die vrij blijft, doet sneeuw niets. Het probleem ontstaat pas als er zoveel sneeuw opeenhoopt dat de luchtinlaat of -uitlaat geblokkeerd raakt.

Wat te doen bij sneeuw op de buitenunit

Controleer na een stevige sneeuwbui de buitenunit. Kijk of de roosters aan de zijkanten en de bovenkant vrij zijn. Is er sneeuw tegenaan gewaaid of opgehoopt? Verwijder dit voorzichtig, bij voorkeur met een zachte bezem of borstel. Gebruik nooit een scherp voorwerp of hak niet in het apparaat: de lamellen van de warmtewisselaar zijn dun en buigen snel.

Let ook op de plek waar de unit staat. Is die laag geplaatst en staat er veel sneeuw, dan kan de instroom van lucht belemmerd worden. Ruim in dat geval de sneeuw rondom de unit weg tot er minstens een halve meter vrije ruimte is aan alle kanten.

Bevriezing van de buitenunit

Bij temperaturen net rond het vriespunt kan er ijsvorming ontstaan op de buitenwarmtewisselaar. Dit is normaal en de meeste warmtepompen hebben een ingebouwde ontdooifunctie. De warmtepomp schakelt dan kort over op een ontdooicyclus, waarbij het ijs smelt. Je ziet dit soms als een wolk stoom of water dat uit de unit druppelt. Dit is geen storing.

Wat je wél in de gaten moet houden: als de unit volledig ingesneeuwt of als er een ijslaag aan de buitenkant vastvriest die de ventilator blokkeert, kan de ontdooifunctie niet meer goed werken. Dat kan de efficiëntie verlagen of in extreme gevallen de warmtepomp laten uitschakelen op een beveiligingsalarm.

Prestaties bij sneeuw en kou

Een warmtepomp presteert het meest efficiënt als het buiten relatief warm is. Bij vriestemperaturen daalt de COP (de verhouding tussen geleverde warmte en verbruikte stroom) wel degelijk. Bij 0 graden levert een warmtepomp nog steeds meer warmte dan hij elektriciteit verbruikt, maar minder dan bij 7 of 10 graden. Dat is geen gevolg van sneeuw zelf, maar van de lagere buitentemperatuur.

Een goed geïnstalleerde warmtepomp met voldoende vermogen houdt je huis ook bij strenge vorst op temperatuur. Heb je een hybride systeem, dan schakelt de cv-ketel bij als back-up. Is je warmtepomp mono-bivalent (alleen de warmtepomp, geen ketel), zorg dan dat het vermogen afgestemd is op de koudste dagen in jouw regio.

Praktische checklist voor sneeuwweer

  • Controleer na elke sneeuwbui of de luchtrooster van de buitenunit vrij is.
  • Houd minstens een halve meter vrije ruimte rondom de unit.
  • Verwijder opgehoopte sneeuw met een zachte borstel, nooit met een scherp voorwerp.
  • Is er ijsaanslag op de unit? Wacht af of de ontdooifunctie het oplost. Duurt het te lang of stopt de warmtepomp? Bel dan een installateur.
  • Controleer of de afvoer van smeltwater niet bevroren is na de ontdooicyclus.

Sneeuw is voor een warmtepomp dus geen reden tot zorg, zolang de buitenunit vrij blijft van ophopende sneeuw en ijs. Een korte visuele controle na zwaar winterweer is alles wat je nodig hebt om er zeker van te zijn dat je warmtepomp gewoon blijft draaien.